Obstakels op het fietspad

Vrijwilligers van de fietsersbond zijn al enkele jaren bezig met het in kaart brengen van de Nederlandse fietspaden. Op basis van deze fietspaden werkt de fietsrouteplanner in het grootste deel van Nederland. Op dit moment (najaar 2011) wordt nog gewerkt aan Groningen en de drie zuidelijke provincies. Met deze inventarisatie kunnen later (beleids)vragen over de Nederlandse fietsinfrastructuur beter beantwoord worden. Om deze vragen beter te kunnen beantwoorden worden zeer veel eigenschappen van de befietsbare paden en wegen vastgelegd. Omdat deze fietsrouteplanner zeer behulpzaam is bij het rijden van lange routes, is de waarde van deze planner voor ligfietsers bijzonder groot. Het aantal ligfietsers onder de vrijwilligers is dan ook relatief groot.

Helaas worden een aantal eigenschappen die juist voor verschillende ligfietsers van belang zijn niet meegenomen bij het verzamelen van de eigenschappen van de routes. Het gevolg is dat de breedte van het fietspad niet terug te vinden is, maar ook allerlei hekjes, paaltjes en andere hindernissen ontbraken in de planner. Niet alleen ligfietsers en velomobilisten hebben last van dit gemis, maar ook scootmobielen, tandems, kinderkarren, bakfietsen, mensen met een lichamelijke beperking op aangepaste fietsen en intercity-fietsers kunnen voor vervelende verrassingen komen te staan. Het belang van deze hindernissen is bekend bij de fietsersbond, maar vanwege allerlei verplichtingen en beperkingen zal de breedte van het fietspad voorlopig niet worden toegevoegd. Wel zijn drie typen hindernis toegevoegd die onder andere voor ligfietsers heel nuttig kunnen zijn. Inmiddels kan je bij het maken van een route ook rekening laten houden met deze hindernissen.

Doel van dit document

In dit document beschrijven we de verschillende types hindernis die we tegen kunnen komen op het fietspad. Het liefst zien we deze afzonderlijke hindernissen terug in de fietsrouteplanner, zodat elke gebruiker van een bijzondere fiets zijn eigen persoonlijke selectie van acceptabele en niet-acceptabele hindernissen kan maken. Om de hoeveelheid detail te beperken is inmiddels gekozen voor drie categoriën: ‘hindernis voor lange fietsen’, ‘hindernis voor een brede fiets’ en ‘hindernis voor elke fiets’. De precieze beschrijving staat verderop beschreven.

Een tweede doel is om de hindernissen te verzamelen, en een overzicht te krijgen wat er allemaal voor rare fratsen uitgehaald worden. Voor sommige hinderlijke situaties kunnen we wellicht een minder hinderlijk alternatief aandragen, dat niet eens duurder hoeft te zijn. Zo zijn paaltjes om te voorkomen dat auto’s gebruik maken van een bospad vaak direct aan het begin van een pad geplaatst. Je bent op dat moment vaak bezig met het maken van een bocht. Als het betreffende paaltje ongeveer 5 meter uit het begin wordt geplaatst, is de functionaliteit niet aangetast, maar is de hinder verminderd.

Overigens is het probleem van hinder groter dan een paar fietsers die wellicht even moeten afstappen. Hinder door obstakels op het fietspad leidt tot een verminderde aandacht voor het overige verkeer. Je hebt immers al je aandacht nodig om langs een paaltje te sturen, aandacht die je dus niet meer aan het verkeer kunt schenken. In die zin zijn hindernissen dus niet alleen hinderlijk, maar ook gevaarlijk. Veel van de hindernissen die we hier beschrijven dragen bij aan enkelvoudige ongevallen. Dit is momenteel een heet hangijzer.

Voor het oplossen van specifieke problemen is de ligfietsvereniging NVHPV te klein, maar als we wegbeheerders en plaatselijke afdelingen van de fietsersbond meer bekend kunnen maken met speciale fietsen, dan is er al veel winst te boeken. Overigens zijn speciale fietsen niet alleen ligfietsen en velomobielen, maar ook tandems, bakfietsen, fietsen met kinderkar, en nog vele andere varianten die buiten het standaard stramien van de Hollandse fiets vallen.

Specifieke problemen zijn via het meldpunt van de Fietsersbond te melden. Ze komen dan rechtstreeks binnen bij de gemeente of de provincie.

Soorten obstakels

De fantasie van de verschillende wegbeheerders kent geen grenzen. Hindernissen worden op het fietspad gezet om “ongewenst” verkeer zoals auto’s of brommers te weren of af te remmen. Helaas zijn een flink aantal legale gebruikers ook slachtoffer van deze maatregelen. Bij alle knelpunten gaat het er om dat er een categorie fietsers is die hinder ondervindt of kan ondervinden van een bepaald obstakel. Als er wel een paaltje op het fietspad staat, maar er is geen (legale) fiets die daar last van kan hebben, dan zijn we niet geïnteresseerd in dat betreffende paaltje.

Paaltjes

Paaltjes om automobilisten tegen te houden worden erg vaak gebruikt. Die paaltjes staan er niet voor de fiets, maar tegen de auto. Als de paaltjes correct zijn geplaatst, voorzien van de juiste kleuren en reflectie, niet in een bocht, met belijning op de grond vóór het paaltje om aan te geven dat er een obstakel in de weg staat, dan hoeven paaltjes geen hinder op te leveren. Het komt helaas nog te vaak voor dat paaltjes niet correct worden geplaatst.

Meestal is de vrije opening groot genoeg om geen volledige blokkade op te leveren, maar voor kinderkarren is de opening al snel te klein. Een nieuwe rage bij gemeentes schijnt het schuin plaatsen van een rij paaltjes te zijn. Hierbij is de afstand tussen de paaltjes op zich niet klein, maar de effectieve afstand dwars op de fietsrichting is wel een stuk kleiner. Hierdoor zullen bredere fietsen en kinderaanhangers al snel moeten slingeren om het knelpunt te passeren.

Het verdient de voorkeur om paaltjes niet op een kruising te zetten, maar een meter of vijf uit de hoek. De paaltjes staan dan niet in een bocht. Dit stelt fietsers in staat om de concentratie volledig op het overige verkeer te richten, en niet tegelijkertijd ook bezig te zijn met het ontwijken van het paaltje.

Paaltjes op een fietspad
Een woud van paaltjes in Loenen aan de Vecht. Foto: Maarten Sneep

Paaltje met vluchtheuvel, net na een gegarandeerd haakse bocht
Paaltje met vluchtheuvel in Hilversum, net na een gegarandeerd haakse bocht. Foto: Maarten Sneep

Paaltje met vluchtheuvel en zeer smalle doorgang
Paaltje met vluchtheuvel en zeer smalle doorgang tussen Vleuten en De Meern. Foto: Maarten Sneep

Gevolg van een hindernis
Gevolg van de hindernis hierboven, tussen Vleuten en De Meern. Fietsers willen die hindernis niet, en kiezen een gemakkelijker weg. Foto: Maarten Sneep

Om paaltjes goed te karakteriseren, hebben we zowel de effectieve vrije doorgang (a) nodig, als de directe vrije doorgang (b), en dan van de grootste doorgang. Soms plaatsen gemeenten de paaltjes op een soort vluchtheuvel. In dat geval telt uiteraard de afstand over de grond. Bij een enkel plaatje telt de kleinste vrije doorgang als lengte (a) – zie rechterdeel van de afbeelding.

De hinder van een paaltje is groter als deze in een bocht staat. De route-planner kan zien of het paaltje binnen 5 meter van een afslag staat, en dus extra hinderlijk is. Als de ligfietsvereniging NVHPV zelf gaat verzamelen, moeten we denk ik aangeven of het paaltje binnen 3 meter van het begin van het pad staat.

Paaltjes
Maatvoering voor het karakteriseren van paaltjes op een fietspad. Wellicht is het handig ook te melden of het paaltje in een bocht staat.

Hekjes

Hekjes zijn de overtreffende trap van paaltjes. Het doel is hier meestal niet om automobilisten tegen te houden, maar om brommers te ontmoedigen, of om fietsers af te remmen bij een “gevaarlijk” punt. Bij sommige hekjes kunnen velomobielen en lage ligfietsen onder het hekje door rijden, maar vaak zit er een tweede stang in de constructie.

Het basisontwerp voor de “turbo-rotonde” heeft een zig-zag op de vluchtheuvel voor fietsers. Deze is voor velomobielen niet te passeren. Ik vrees dat veel gemeentes dit idee zullen volgen, ook op gewone rotondes. Deze zig-zag is een soort hekje, of een set krappe bochten, maar blijft hoe dan ook hinderlijk. Voor een fietskar is vrijwel elk hekje een blokkade. De kar afkoppelen, de boel naar de andere kant brengen, en daar weer aankoppelen is zeer vertragend.

Gesloten hekjes
Hekjes in Utrecht Lunetten met een gesloten onderkant. Foto: Oscar Roozen

Velomobiel vriendelijk hekje
Hekjes in Leidsche Rijn waar een velomobiel onderdoor kan. Foto: Maarten Sneep

Hekjes
Om hekjes goed te karakteriseren, hebben we zowel de breedte (a), als de resterende opening (b), als de overlap (c) nodig. Voor (b) geld uiteraard de kleinste van de twee. Voor velomobielen is het prettig te weten of ze onder het hekje door kunnen rijden, hiervoor is de vrije hoogte en breedte onder het hek nodig.

Klaphekjes

Vooral in natuurgebieden worden fietspaden regelmatig met een klaphek afgesloten. Soms dienen deze hekken om dieren binnen een bepaald gebied te houden. Voor fietsers is een betere oplossing om hier met veeroosters te werken, al houden die geen snorfietsen en brommers tegen, een bij-effect van hetzelfde hek.

Fietspad met klaphekje bij Duivendrecht
Fietspad met klaphekje bij Duivendrecht. Foto: Maarten Sneep

Klaphekjes
Opname van deze hekjes, onder vermelding van de vrije doorgang (a) lijkt zinnig.

U-bocht constructie

Dit is de overtreffende trap van het gewone hekje. Hier is het doel niet om brommers af te remmen, maar om ze helemaal te weren. Vanwege deze eigenschap staan ze vaak bij natuurgebieden.

Er zijn talloze varianten te verzinnen, wat het lastig maakt om de gegevens uniform te verzamelen. Zo is er ook een variant waarbij de twee buitenste hekjes verbonden zijn en als een klaphek kunnen bewegen. Hierin kom je onherroepelijk vast te zitten, eigenlijk ongeacht het type fiets dat je gebruikt. Dit zijn dan ook hekjes die bedoeld zijn om fietsers te weren, maar je komt ze echt ook tegen op plaatsen waar je als fietser wel door mag – en waar dat niet mag, tillen racefietsers hun fiets gewoon over het hek. Een ander voorbeeld is echt bedoeld om fietsers tegen te houden.

Een gewone fiets wurmt zich door het U-bocht hekje
Met een gewone fiets is het passeren van een U-bocht constructie al erg lastig (Maarsseveense Plassen). Foto: Maarten Sneep

Een velomobiel past al helemaal niet
Met een velomobiel is een U-bocht constructie niet alleen te passeren (Nieuwer ter Aa). Foto: Mirjam van den Hout

Mag je hier niet fietsen, of niet?
Het bord geeft aan dat je hier mag fietsen, het hek maakt dit praktisch onmogelijk (Ruigenhoeksche Polder). Foto: Maarten Sneep

De meest rechtstreekse verbinding tussen Hilversum en Maarssen
De meest rechtstreekse verbinding tussen Hilversum en Maarssen (en aanleiding voor deze discussie). Foto: Oscar Roozen

U-bocht hekjes
Om U-bocht constructies goed te karakteriseren, hebben we zowel de breedte (a), de resterende opening (b), en de lengte van de kooi (c) nodig. Voor (a) geld uiteraard de kleinste van de twee. De afstand van de buitenste hekjes tot de tegenoverliggende berm is meestal voldoende groot, anders (b) voor deze lengte gebruiken. Er is gesuggereerd om ook hier de overlap op te slaan. Omdat een U-bocht constructie meestal een volledige blokkade betekent, lijkt mij dit meer dan voldoende detail.

Brommer kuilen, omgekeerde drempels, verkeerd aangelegde gewone drempels

Deze kermisattractie is bedoeld om brommers af te remmen, maar helaas werkt dat nauwelijks, zeker niet voor brommers.

Voor ligfietsen hangt de mate van hinder af van de wielbasis van je fiets en de aanwezigheid van vering. Op sommige modellen is een snelheid van 30 km/uur mogelijk, waarbij het geheel als kermisattractie aanvoelt. Bepaald niet de bedoeling van de wegbeheerder! Bij andere ligfietsen wordt je gelanceerd, en moet je je snelheid drastisch terugbrengen.

Voor velomobielen is dit een hindernis omdat zelfs bij zeer lage snelheid de neus van de fiets de grond zal raken indien de fiets is voorzien van soepele vering. Met stugge vering is de hinder minder groot. Als het midden-deel te sterk gepiekt is, dan kom je weer met de bodem van de fiets over de grond. Verkeerd aangelegde gewone drempels kan elke fietser ook missen als kiespijn.

Een dubbele omgekeerde drempel
Voorbeeld van een dubbele omgekeerde drempel in Houten. Foto: Maarten Sneep

Bord bij een andere fietsdrempel
Bord bij een andere dubbele omgekeerde drempel in Houten. Foto: Maarten Sneep

Trap met fietsgoot

Voor tweewielers is een trapgoot al zwaar en vervelend, bij een meersporig voertuig is een trapgoot helemaal onoverkomelijk.

Trap met fietsgoot
Voorbeeld van een trap met fietsgoot in Breukelen. Foto: Maarten Sneep

Lange trap met fietsgoot
Voorbeeld van een trap met fietsgoot bij Lelystad, bij de werkzaamheden voor de Hanzelijn. Foto: Marcel Beekmans

Op dit moment wordt dit type hindernis al als voetgangersdoorsteekje opgenomen. Met deze classificatie worden ze al standaard geweerd uit routes in de routeplanner. Het aangeven van de aanwezigheid van een trap met fietsgoot is afdoende, de hoogte kan nog een bepalende factor zijn voor tweewielers. Het lijkt verstandig om ook het aantal treden op te slaan.

Smal fietspad

Er is geen minimum breedte voor een fietspad, maar een wegbeheerder die het te bont maakt kan bij ongevallen schadeclaims verwachten. Wat zijn de adviezen? Via de fietsersbond is informatie van het CROW te vinden: een vrijliggend fietspad met verkeer in één richting zou een breedte van 2 m moeten hebben, en een druk fietspad of een brom/fietspad zelfs 2,50 m. Hierop kunnen twee fietsers elkaar inhalen als je rekening houdt met de natuurlijke slingerbeweging op een tweewieler en de toegestane breedte van een (twee wiel) fiets.

Een smal fietspad, nota bene voor twee richtingen
Smal fietspad tussen Tilburg en Breda. Foto: Toni Cornelissen

Ook dit fietspad is voor twee richtingen bedoeld
Fietspad nabij Almere. Foto: Maarten Sneep

Hieruit zou volgen dat we alle fietspaden smaller dan 2 m en alle brom/fietspaden smaller dan 2,50 m willen verzamelen. Dat zijn er een hoop, maar ik denk dat dit inderdaad noodzakelijk is voor velomobilisten. Handiger lijkt het om van alle wegen de vrije breedte vast te leggen. Voor straten in woonwijken is dat de ruimte tussen de geparkeerde auto’s; op schelpen-paden het vastgereden en niet-overgroeide deel van het pad.

Voor ligfietsen is de hinder van een smal fietspad in het algemeen hoger dan voor stadsfietsen (maar vergelijkbaar in hinder met een racefiets). De snelheid van een ligfiets zal wat hoger liggen van van de overige fietsers. Inhalen zal moeilijker of onmogelijk zijn. Voor velomobielen en aanhangers is de mate van hinder ernstiger. Vooral schelpenpaden zullen voor meersporige fietsen als onbegaanbaar worden bestempeld, niet in de laatste plaats vanwege de overlast en bij behorende agressie van overige weggebruikers.

Haarspeldbocht, haakse hoek, krappe bocht

Sommige fietsen hebben een draaicirkel, denk hierbij aan bakfietsen (zowel twee- als drie-wielig), ligfietsen, tandems, gewone fietsen met kinderzitje voorop, en velomobielen. Krappe bochten zijn dan lastig te nemen. Deze zijn vaak wel op het kaartje te herkennen, maar zijn desondanks vervelend op een forensen route. De hinder neemt toe als de buitenbocht is afgeschermd door een hek of paaltjes. Vooral velomobielen zullen moeten steken om een krappe bocht door te komen.

Voor tweewielers heeft Theo Zeegers (Fietsersbond) een artikel “Vrouwelijk ontwerpen” [pdf] geschreven. Ik moet nog nagaan wat de consequentie is voor ligfietsen – mogelijk is hier de ervaring van de fietser belangrijker dan de fysica. Voor driewielers geldt dat de hier genoemde kromtestralen eigenlijk al aan de krappe kant zijn en een drastische reductie van de snelheid vragen.

Haarspeldbocht
Voorbeeld van een haarspeldbocht waar velomobielen vast komen te zitten. De ligfiets is twee meter lang. Dit is de sub-optimale aansluiting van het mooiste fietspad van Nederland op Utrecht Centrum. Foto: Maarten Sneep

“Fietsers oversteken”

Langs een provinciale weg wordt vaak een twee-richtings fietspad aan één kant van de weg aangelegd. De fietspad wordt vaak van de ene naar de andere kant van het fietspad geleid. Dit is vaak het geval bij het binnenrijden van de bebouwde kom, of bij een ingewikkelder kruising. Soms ook bij een brug, of om een geheel onduidelijke reden (ringdijk Flevopolder).

Zoals Bas de Meijer het omschreef: “een N-weg oversteken is niet mijn favoriete hobby”. Het is bovendien vaak een gevaarlijke hobby. Met een gewone fiets wordt je gedwongen om helemaal te stoppen, met een velomobiel kan je de bocht vaak niet eens maken. Velomobilisten zullen dan ook meestal de weg zeer schuin oversteken, net als veel ligfietsers. Daar komt bij dat de oversteek vaak zo geplaatst is dat het uitzicht op de weg vanaf ligfiets-hoogte geheel geblokkeerd wordt door hekjes en beplanting. Met een spiegeltje is zeer schuin oversteken vaak nog veiliger ook.

De hinder bestaat uit het nodeloos moeten afremmen en weer optrekken voor de oversteekplaats. Vooral het opnieuw optrekken kost veel kracht en is vermoeiend. Een andere hinder ontstaat in het donker. Een deel van de fietsers zal aan de linker kant van de weg moeten fietsen. In Nederland zijn de auto-koplampen ingericht om rechts te rijden, en dan de berm van extra licht te voorzien om tegenliggers niet te verblinden. Fietsers aan de linkerkant van de weg worden daarmee optimaal verblind door de koplampen van de auto's op de naastgelegen weg. Voor ligfietsers geldt dit nog sterker voor de geringere ooghoogte.

“Fietsers Oversteken”
Vanuit noordelijke richting moet je als fietser langs het Amsterdam Rijn kanaal twee maal kort achtereen de autoweg oversteken, terwijl er schijnbaar voldoende ruimte is om het fietspad rechtdoor te laten lopen. Afbeelding: Google Earth™

“Fietsers Oversteken”
De dijk rond Flevoland moet je tussen Almere en Lelystad drie maal oversteken. Dit is een weg waar vaak hard gereden wordt. Afbeelding: Google Earth™

Hinder van een obstakel

De mate van hinder is afhankelijk van de fiets, en van het gebruik van de route. Op een forensen-route zal je minder tolereren dan op een recreatieve route van nergens naar nergens – al kan een route die voor de één nergens komt, voor een ander juist een forensen-route zijn. Als een obstakel echter volledig blokkeert, dan kom je echt niet verder en zal je om moeten rijden. Voor fietsen soms niet zo’n probleem, voor scootmobielen kan dan de accu echter vroegtijdig leegraken.

Dit is geen collectie waaruit wegbeheerders de volgende creatieve oplossing kunnen selecteren om fietsers op een nieuwe en innovatieve wijze te kunnen pesten. Deze hindernissen horen volgens ons niet thuis op het fietspad. Op sommige plaatsen zullen paaltjes noodzakelijk zijn om automobilisten te weren, maar ook dan heft het sterk de voorkeur om die paaltjes zo te plaatsen dat fietsers in de bocht hun aandacht bij het overige verkeer kunnen hebben, en niet uitsluitend bij het paaltje. Heftiger maatregelen op het fietspad zijn wat ons betreft niet bespreekbaar.

De mate van hinder voor verschillende types knelpunt en verschillende types fietsen. De toelichting is hierboven te vinden bij de uitgebreidere bespreking.
  Fiets Ligfiets,
Bakfiets (twee wielen)
Velomobiel, Trike,
Bakfiets (drie wielen)
Scootmobiel,
Rolstoel
Kinderkar,
Bagageaanhanger
Paaltjes Minimaal Minimaal Minimaal tot blokkade Minimaal tot blokkade Minimaal tot blokkade
Hekjes Ernstig Ernstig Ernstig tot blokkade Ernstig tot blokkade Ernstig tot blokkade.
U-bocht Ernstig Zeer ernstig Blokkade Blokkade Blokkade.
Brommer kuil Meestal minimaal Geen tot serieus. Ernstig. Geen Geen
Trap met fietsgoot Ernstig Ernstig Blokkade Blokkade Blokkade.
Smal fietspad Geen Licht. Ernstig tot blokkade. Ernstig. 1 Ernstig tot blokkade.
Haarspeldbocht Licht Matig Ernstig tot blokkade. Geen Ernstig tot blokkade
Oversteken2 Storend tot Ernstig Ernstig Ernstig tot blokkade Storend tot blokkade Ernstig
  1. Niet in de laatste plaats voor overige weggebruikers.
  2. Hangt niet sterk af van de drukte van de weg, omdat je altijd moet kijken of er een auto aan komt.

Vervolgacties

Het mag duidelijk zijn dat we graag zouden zien dat obstakels verdwijnen. Dit zal niet overal mogelijk zijn, bijvoorbeeld omdat automobilisten of brommers vervolgens het fietspad gebruiken. In dat geval is het kiezen tussen twee kwaden. Een creatieve oplossing zoals in Apeldoorn verdient applaus.

Een eerste stap is het in kaart brengen van de hindernissen. Dit helpt ons om routes te maken die hindernissen vermijden. In een later stadium kan wellicht worden uitgezocht welke hindernissen tot ver omrijden dwingen, om daar vervolgens actie op te ondernemen. Het verzamelen van de knelpunten zal samen met de Fietsersbond via de Fietsrouteplanner gedaan worden. In het vervolg op deze pagina staat de huidige stand van zaken beschreven.