Huidige situatie in de Fietsrouteplanner

Hindernissen zoals die hiervoor zijn beschreven zullen in de fietsrouteplanner van de Fietsersbond worden opgenomen. Dit zal niet met de gedetailleerdheid gebeuren die we hiervoor gebruikt. Er kunnen drie optionele kenmerken aan wegen worden toegevoegd (via een “point of interest”).

  1. Hindernissen waar je met een gewone fiets niet door kan zonder afstappen (zoals trappen met fietsgoot of mul zand). Dit zijn tevens wegen waar je niet door kan met lange en brede fietsen. Dit is dus de sterkste blokkade.

    Mul zand vant onder onverhard, maar ook enkele routes in het knooppuntennetwerk bestaan uit mul zand (bijvoorbeeld 32 – 68 ten noorden van Arnhem). Ook komen trappen met fietsgoot voor in knooppuntenroutes (bijvoorbeeld 36 – 81 in Noord-West Friesland, bij Berlikum). Die wil je waarschijnlijk uitsluiten van alle routes. Ook klaphekken vallen onder deze categorie.

  2. Hindernissen waar je met een lange fiets niet door kan zonder af te stappen.

    Een lange fiets in dit verband is een tandem, een twee-wielige bakfiets, en veel modellen ligfietsen. Als hindernis moet je denken aan haarspeldbochten, hekjes en U-bocht constructies.

  3. Hindernissen waar je met een brede fiets niet door kan zonder af te stappen.

    Als de vrije doorgang kleiner is dan 1 meter willen we dit punt op een weg geplakt hebben. De meeste kinderkarren zijn net iets smaller dan 90 cm, dus met deze breedte is het mogelijk om door te fietsen met de voorgestelde route. Ook de meeste driewielige fietsen zullen hier doorheen passen, al zal het krap zijn voor klassieke bakfietsen.

    Als hindernis moet je denken aan alle smalle doorgangen zoals paaltjes, smalle fietspaden, etc.

Inmiddels is de editor van de Fietsrouteplanner aangepast. De hindernissen worden toegevoegd als ‘point of interest’. Sinds de zomer van 2011 is het mogelijk om routes te maken die hindernissen vermijden (of juist opzoeken). Hiervoor moet je momenteel nog de ‘geavanceerde’ instellingen gebruiken.

Opmerkingen en suggesties

Als je om feedback vraag aan een grote groep ligfietsers, dan komt er wel meer los. Hieronder geef ik de opmerkingen weer die ik ontvangen heb, sommige zijn mogelijk in een profiel te vangen, andere vragen meer ingrijpende wijzigingen. Een deel is ook meer een campagne-suggestie voor de Fietsersbond en andere balngenverenigingen dan iets voor de Fietsrouteplanner.

  1. Wat ik als erg irritant ervaar als ik steeds weer een weg moet oversteken omdat het fietspad ineens aan de andere kant van de weg verder gaat. Gisteren weer een paar keer meegemaakt onderweg van Utrecht naar Hoofddorp en v.v. (via een deels verschillende route). En een N-weg oversteken is niet mijn favoriete hobby.

    Bij de A4 in Hoofddorp was het ook lekker raak, heb rare bochten moeten maken daar. Mooi punt is ook bij Maarssen. Vanaf Utrecht wilde ik langs het kanaal fietsen, dan moet je een U-bocht maken de brug af. En dan gaat het best wel steil, met nog een haakse bocht. Op de terugweg was het flink klimmen (fijn dat je met een trike ook erg langzaam kunt zonder omvallen).

  2. De rotonde met apart liggend fietspad. En dan vooral diegene waarbij je als fietser haaientanden hebt en een ontzettend rare slinger moet maken om de rest van de rotonde te vervolgen. Het fietspad wordt dus bij iedere afslag ver van de rotonde afgebogen en dan moet je een haakse bocht maken om de rotonde verder te volgen en dan ook nog eens uitkijken naar auto’s die van de rotonde komen.

    Opmerking Maarten: dit is een breder issue – rotondes waar je (binnen de bebouwde kom) uit voorrang wordt gehaald – en kan m.i. beter opgelost worden door de rotonde aan te passen. Dit is veel werk voor de plaatselijke afdelingen. Niet over de rotonde plannen levert waarschijnlijk een nog veel beroerdere route op.

  3. Niet alle hindernissen zijn on-passeerbaar. In een poging om de snelheid van automobilisten te verminderen leggen veel wegbeheerders chicanes en wegversmallingen aan. Helaas mag ik daaraan toevoegen, want voor veel automobilisten lijkt het een sport om zo min mogelijk te remmen, en die chicanes ‘sportief’ te nemen. Dat ze hierbij met een grote slinger op de fietsstrook belanden valt onder bijkomende schade.

    Of deze hindernissen ook opgenomen moeten worden om ‘veilige’ routes te kunnen maken weet ik niet. Wel lijkt het verstandig om campagne-activiteiten te ontwikkelen gericht op wegbeheerders, zodat deze zinloze en gevaar-verhogende obstakels uit het straatbeeld verdwijnen. Als er een probleem met te hard rijdende automobilisten binnen de bebouwde kom is, dan is het doodlopend maken van de betreffende straat waarschijnlijk effectiever.

  4. Als hindernis kun je naast de brommerkuil ook de gewone verkeersdrempel meenemen, vooral als deze een niet-vloeiend profiel hebben (ik ken er een aantal die als stoepranden in de weg liggen!)

    Opmerking Maarten: Dit is een lastige. In de praktijk hebben we er mee te maken, maar een betere oplossing is het goed aanleggen van drempels, en dus deze drempels aanmelden bij “Mijn slechtste fietspad”. Bovendien: hoe quantificeer je dit, zodat het ook op uniforme wijze in de planner komt.

    Nog lastiger maar misschien wel mee te nemen als je toch bezig bent, zijn steile bruggetjes die je met max x km/h moet nemen om niet gelanceerd te worden (ook hier ken ik wel voorbeelden).

    Opmerking Maarten: wat is eigenlijk de maximale helling die met een scootmobiel nog te nemen is zonder om te vallen? Ook hier geldt dat de criteria om dit op uniforme wijze te beoordelen niet eenvoudig zijn.

  5. Soms is een weg/inrit/afslag soms moeilijk te vinden is of gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Op vakantie heb ik dat (met de auto-GPS) ook diverse keren meegemaakt dat de instructies via de planner en de werkelijkheid op de grond dusdanig van elkaar afweken dat je als vanzelf verkeerd ging. Achteraf kun je wel beredeneren waarom de instructie was zoals ie was, maar handiger is om bepaalde kruisingen/koppelingen het predicaat “verwarrend” of “opletten” mee te geven. Dat hoeft in de planning zelf geen verschil te maken, maar is bij de routebeschrijving zelf verdomde handig. Het is ook iets dat wellicht wel al meteen in de planner meegenomen kan worden.

    Opmerking Maarten: Dit is een heel lastige, omdat deze eigenschap bij een knoop hoort, maar mogelijk alleen als je die knoop in een bepaalde richting passeert. Als voorbeeld kan je een rechte weg nemen, waar een onopvallende afslag genomen wordt. Als je daar rechtdoor rijdt, is er niets aan de hand, maar als je daar afslaat, dan wil je meer ondersteuning. Dit is daarmee een eigenschap die tussen knoop en weg valt, iets waar de database denk ik niet op is ingericht. Het toevoegen van “opletten” aan te veel punten is dan ook niet goed.

  6. Nogal eens zijn hindernissen van tijdelijke aard en worden ze daarom niet in een routeplanner opgenomen. Heel hinderlijk want als jij die dag er langs wil dat de brug weg is (ik noem maar eens wat). Voor dingen van een paar dagen of 1 à 2 weken is het niet anders, maar hindernissen die er een aantal maanden liggen zou je met een “beperkte houdbaarheid” in het systeem willen hebben. Helemaal mooi als de betreffende vrijwilliger ook nog een herinnering krijgt om te controleren dat de werkzaamheden daadwerkelijk afgelopen zijn.

  7. Het het mogelijk om een koppeling te maken tussen de fietsrouteplanner en “Mijn slechtste fietspad”? Ten eerste kan je dan beter aangeven waar het het slechte fietspad ligt, en ten tweede kan je daarmee je routeplanner mogelijk aanpassen.

  8. Kan de categorie “Schelpenpad” en “Half verhard” ook uitgeschakeld worden als ik “Vermijd onverhard” aanvink? Vooral voor meersporige fietsen (driewielers, velomobielen) is een schelpenpad effectief hetzelfde als onverhard.

  9. Markeer (belangrijke) afslagen in het GPX bestand, zodat daarvoor geschikte GPS apparatuur een gesproken aanwijzing geeft op dat punt, of een een piepje. Hoe dit moet verschilt per apparaat. Een commentaar aan het betreffende track-point toevoegen kan in elk geval eigen verder verwerkende software mogelijk maken, en een hoop handwerk schelen.

  10. Een naam voor het track – het toevoegen van een <name>-element aan het track. Sommige GPS apparatuur (bijvoorbeeld de Garmin Oregon) haalt de naam van het track uit het bestand zelf, niet uit de bestands-naam.